|
We kijken 25 jaar vooruit
en het is koud, die winteravond in 2032. De Ondernemer zat alleen in zijn kantoor. Het personeel was naar huis en het avondduister riep iets van melancholie bij hem op.
Waarom was hij eigenlijk hier naartoe gekomen? Zeker, hij was blij met zijn plek hier op Bemmer 8. Maar toch bekroop hem soms de vraag of hij er wel goed aan had gedaan Detroit te verlaten.
Iedereen gaf hem gelijk toen: de mare ging over heel de wereld. En hij was niet de enige grootindustrieel die zijn land verliet om zich te vestigen in het veelbelovende Laarbeek. Toen nog niet veel meer dan een dorpsgemeente nabij een paar waterwegen in het zuiden van Nederland.
Na het begin van de eeuw groeide deze Peelgemeente uit tot een economisch centrum van betekenis. Niet alleen Laarbeek veranderde – ook de wijde omgeving deed dat: het lag nu in het oostelijke midden van wat tegenwoordig de Verenigde Vlaams-Nederlandse Republiek heet.
Laarbeek anno 2032 staat te boek als een gemeenschap van hardwerkende lieden die Eindhoven in technologisch opzicht ver achter zich had gelaten. Vergeleken bij deze Peel-metropool was Rotterdam verworden tot een knus plaatsje met de daarvoor typerende kleine cafés aan de haven.
Overpeinzingen in de kleine uurtjes, het gezoem van servers en de net even te hoog afgestelde thermostaat trokken De Ondernemer mee in een aangename loomheid. Tussen zijn zwaar wordende oogleden en de kieren van zijn luxaflex door, zag hij buiten de sneeuw neerdwarrelen. Dat was toch wel weer leuk van dit landje: winter en de stemmige taferelen die daarbij hoorden. Het typische geluid van neerdwarrelende sneeuw…
Maar nee… sneeuwvlokken maken toch helemaal geen geluid?! Wat hoorde hij dan? Het was meer het knerpen van sneeuw wanneer je eroverheen liep. Hij liep naar het raam maar buiten zag hij niets.
Terug achter zijn bureau schakelde hij over naar het kanaal van de beveiligingscamera’s. Op geen van de 12 monitoren zag hij iets verdachts. Hoewel… Camera 7 toonde de gang vanaf de hoek tot aan de liftdeur recht tegenover zijn kantoor. Hij zag een gniffelende oude man langs de hardhouten lambrisering schuifelen. Achter hem sporen van sneeuw, die hij onder zijn zolen meenam.
De Ondernemer schrok maar was dat gevoel direct weer kwijt toen hij even inzoomde. Het oude baasje had het geamuseerde gezicht van een blij jongetje - zó vriendelijk dat hij eenvoudigweg geen kwaad in de zin kon hebben.
In zijn eenvoudige combinatie en met ongepoetste schoenen schuifelde hij steeds dichter in de richting van zijn kantoor: “Jaja, jajaja”, hoorde hij hem aanhoudend lachbulderen.
De Ondernemer liep naar de deur van zijn kantoor en opende die. Hij keek recht in een vriendelijk, levendig gelaat. Dat toonde aanmerkelijk minder verbazing dan het gezicht van De Ondernemer. “Ook een goede avond”, sprak de oude minzaam en nog steeds lachend. “Als u dan toch nog zo laat op de zaak wilt zijn, waarom twijfelt u er dan aan of u er wel goed aan hebt gedaan naar Laarbeek te komen?”
De Ondernemer was verbaasd. Niet alleen over dit baasje dat op kerstavond het hele KVO-protocol had weten te omzeilen maar vooral omdat die kennelijk ook nog eens wist wat zich in zijn gedachten afspeelde.
“Jaja, jajaja, Ondernemer. Dat verbaast je hè, dat ik weet je wat je bezighoudt?! Maar dacht je soms dat ikzelf er altijd zo over heb gedacht? Weet je - je moet het niet willen berekenen – je moet het durven ontdekken! Kom, ga eens even met me mee.”
Nog voordat De Ondernemer een woord kon uitbrengen, klingelde er iets en stond hij te midden van talloze orkestjes die sprookjesachtige melodieën speelden. DZGAKEMV las hij op een vaandel; O&nUnietWeer stond op een ander. Vanuit een paviljoen aan de zijkant klonk gezellig geroezemoes. Tout Laarbeek was toegestroomd en hief het glas of liet het vullen. “En?”, vroeg de oude man, “had je dàt soms in Detroit?” De Ondernemer lachte verrast en moest toegeven: neen, dat hadden ze niet. Maar om daarvoor nu de stars and stripes te verruilen voor oranje-blanje-bleu? “Jaja, jajaja”, schamperde de oude man. “Ik hoor het al. Je snapt het nog steeds niet.”
Weer geklingel. Dit maal aangevuld met hoog cimbaalgeluid en zware bronzen bassen. Vanuit de straat waar hij nu in stond, keek De Ondernemer uit op een gevel. Petit & Fritsen stond er op. Daar omheen veel blije mensen die dicht bij elkaar bleven in een cirkel, alsof ze anderen uit hun midden wilden houden.
“Wat moet ik híer nu weer mee?”, vroeg De Ondernemer zich hardop af. “Haha, niet goed opgelet zeker toen je de Business Week las? Hier worden klokken gemaakt voor de beroemdste carillons over heel de wereld. Waar je ook bent op aarde, ergens hoor je altijd wel een klokslag van Laarbeekse afkomst. Had je niet gedacht, hè?” Zo zweefde De Ondernemer nog geruime tijd over de wereld samen met de goedlachse oude man. Hij hoorde André Rieuse violen die in Laarbeek gebouwd bleken te zijn. Hij rook het mout uit tinkelende bierflesjes van de zelfde bodem… en wat al niet meer.
Zware tonen uit schoorstenen van oceaanreuzen brachten hem terug in de realiteit. Champagneflessen tegen scheepsrompen. Hoogwaardigheidsbekleders die samendromden voor de opening van Europa’s grootste binnenhaven. De oude man veerde op: “Jaja, jajaja. Zie, ’t is goed gekomen toch, of niet dan? Jaja, jajaja.”
“Maar wat… ”, vroeg De Ondernemer, “… en wie bent u eigenlijk? De echte Sinterklaas? Santa Claus dan? Sylvester misschien?”Het scharminkel lachte. Zijn ogen deden dapper mee. “Jaja, jajaja, Ondernemer: Laarbeek… it’s the place to be!”
Dat was hem inmiddels ook wel duidelijk. Maar dan nog: “Wie bent u toch eigenlijk???”
De oude man lachte met weer die typerende rimpeltjes rond zijn ooghoeken. “Wie ik ben? Wat doet het ertoe? Wat iemand gelooft – dáár gaat het om, jongmens! Ik heb altijd geloofd in Laarbeek! Moest jij ook maar ’s doen!”
De Ondernemer stamelde vertwijfeld: “Maar… maar…” De oude lachte kalmerend: “Ik weet het: wie ik ben, wil je weten?! Wel, ik ben de gelukkigste dienaar op aarde: In het begin van de eeuw was ik de eerste burgemeester hier. Jaja, jajaja.”
De Stichting BedrijvenBelangen wenst al haar collega’s, ondernemers en bestuurders maar vooral alle Laarbeekse mensen:
Een fantastische toekomst! Samen maken we die. |